Brief aan het College van B&W
Leiden, 25 augustus 2004
Onderwerp: volkshuisvesting
Geacht College,
De Cliëntenraad Sociale Zaken en Arbeidsmarktbeleid is primair een advies- en overlegorgaan voor de in de naam besloten beleidsterreinen. Dat wil niet zeggen dat wij zwijgen over andere aspecten van het gemeentelijk beleid als die de belangen schaden van onze achterban, mensen met de laagste inkomens in een moeilijke positie. Volkshuisvesting is zo'n beleidsterrein.
Reeds enige tijd maakt de Cliëntenraad zich grote zorgen over het volkshuisvestingsbeleid. Woningzoekenden met lage inkomens worden geconfronteerd met zeer lange wachttijden omdat er voor hen onvoldoende betaalbare woningen beschikbaar zijn. Deze wachttijden zullen de komende jaren niet korter worden. Zonder overdrijving kan dan ook worden gesteld dat er sprake is van een aanzienlijke en toenemende woningnood in Leiden.
Gezien de plannen van de gemeente en woningcorporaties zullen de problemen voor woningzoekenden met lage inkomens de komende jaren helaas alleen maar toenemen. Die plannen behelzen o.a. de sloop van aanzienlijke aantallen huurwoningen in het goedkopere segment. Ook worden sociale huurwoningen verkocht. Zoals onlangs weer bleek, worden er echter vooral dure woningen gebouwd. Het bestand aan sociale huurwoningen in Leiden zou door deze ontwikkelingen de komende jaren wel eens met een kleine 2000 (goedkopere) woningen kunnen afnemen. De zeer weinige sociale huurwoningen die nog worden gebouwd, zijn bovendien gezinswoningen in het duurdere marktsegment (vaak tegen de huursubsidiegrens aan). Deze zullen dus voor velen onbetaalbaar zijn, zeker gezien de te verwachten verdere verslechtering van de inkomenspositie van uitkeringsgerechtigden.
Het argument dat de bouw van duurdere woningen een doorstroming op gang zou brengen, waardoor goedkopere woningen beschikbaar zouden komen, overtuigt ons niet. Het wordt ook door deskundigen betwist. Veel mensen zullen geen aanzienlijke financiële verplichtingen willen aangaan in tijden van economische onzekerheid. Ook zullen zij die nu betaalbaar en prettig wonen in een huurhuis, zelden bereid zijn duurder te gaan wonen, al dan niet in een koopwoning. En waar moeten die mensen wonen, die in tijden van economische tegenspoed hun dure woning niet meer kunnen bekostigen?
Wij, en anderen, zijn evenmin overtuigd van de noodzaak van de sloop van goedkope woningen, althans in de mate waarin die nu dreigt plaats te vinden. De Cliëntenraad dringt aan op grote terughoudendheid t.a.v. sloopplannen. Alleen al door de aankondiging van mogelijke sloopplannen zal de naam van een wijk of buurt achteruitgaan en zal er een koude sanering op gang komen. Mensen vertrekken en er ontstaat leegstand. De slechte naam, die de buurt dan krijgt, wordt vervolgens gebruikt als nieuw argument om te bezuinigen op onderhoud en om te slopen. Naar onze mening is het juist noodzakelijk dat, naast nieuwbouw, aanzienlijk meer wordt geïnvesteerd in renovatie en dat zo weinig mogelijk wordt gesloopt.
Bij de volkshuisvestingsplannen wordt geen rekening met eenpersoonshuishoudens met lage inkomens. Voor hen wordt namelijk niet gebouwd. Deze groep zal echter naar verwachting in omvang toenemen. Toch worden vele honderden woningen, die qua woonoppervlakte voor hen geschikt zijn, gesloopt. Onder de alleenstaanden zijn o.m. bijstandsgerechtigden sterk vertegenwoordigd. Waar moeten zij volgens het College gaan wonen? Door de te verwachten toename van het aantal eenpersoonshuishoudens, en wellicht van het aantal eenoudergezinnen, zijn niet alleen meer woningen nodig, maar is ook meer variatie noodzakelijk. Dit kan bij renovatie bereikt worden door samenvoeging en splitsing. Renovatie is vaak goed mogelijk, omdat een casco immers langer meegaat dan de rest van een woning. Berekeningen die uitwijzen dat renovatie duurder is dan bouwen kloppen vaak niet, omdat deze meestal uitgaan van een enkele woning in plaats van een complex van woningen en geen rekening houden met de extra kosten van de grondexploitatie en van vertragingen in procedures.
Gezien het bovenstaande is bestrijding van het tekort aan betaalbare sociale huurwoningen door sloop van juist die woningen en bouw van dure woningen, eufemistisch uitgedrukt, dan ook een merkwaardige benadering van een schrijnend probleem. Dat probleem zal op die wijze dan ook niet opgelost kunnen worden.
De zorgwekkende Leidse ontwikkelingen op volhuisvestingsgebied zijn ook moeilijk te rijmen met hetgeen met provincie en regio is afgesproken. De gemeente Leiden heeft namelijk al enige tijd een overeenkomst met de regiogemeenten, op grond waarvan Leiden weliswaar wat minder, maar de regiogemeenten ter compensatie wat meer sociale huurwoningen zouden bouwen. Hiervan is niets terechtgekomen, zoals onlangs ook in de pers te lezen was. Toch werd door het College altijd gezegd dat het in Leiden wel wat minder kon op het gebied van sociale woningbouw, omdat regiogemeenten hun inspanningen aanmerkelijk zouden vergroten. Daar is echter niets van terechtgekomen. De regiogemeenten halen nog niet de helft van het afgesproken quotum van 30%, de norm die door de provincie wordt gehanteerd omdat die de bestaande sociale woningvoorraad wil waarborgen (Woonvisie Zuid-Holland 2005-2014). Slechts 5,9 % van de in Leiden in de periode 2001-2004 gebouwde woningen waren in de sociale huursector. Voor de buurgemeenten Oegstgeest en Leiderdorp bedragen die percentages voor de afgelopen vijf jaar respectievelijk 10 en 11. En de vooruitzichten voor de toekomst zijn in dit verband weinig hoopgevend.
De enigszins bagatelliserende uitlatingen van wethouder Buijing over deze zorgwekkende cijfers verbazen ons zeer (Leidsch Dagblad, 21-08-1004). Hij stelt dat er geen reden voor paniek is. Die paniek is er echter al lang bij woningzoekenden, want veel te veel mensen met lage inkomens kunnen geen (geschikte) woning vinden. Wellicht is de heer Buijing niet goed op de hoogte van deze problemen van een aanzienlijk aantal gewone Leidenaren. De diverse bouw- en sloopplannen zullen die problemen, en dus de paniek, alleen maar groter maken.
Wethouder Buijing stelt verder dat Leiden een probleem heeft met betrekking tot de bevolkingssamenstelling, die sociaal-economisch enigszins onevenwichtig zou zijn. Dat moge zo zijn, maar waar moeten de mensen met de laagste inkomens, inclusief de vele alleenstaanden onder hen, wonen als er geen voor hen betaalbare sociale huurwoningen beschikbaar zijn? Het College wekt nu sterk de indruk burgers met lage inkomens uit de stad te willen verdrijven door het aanbod van voor hen betaalbare en geschikte woningen ontoereikend te laten.
De Cliëntenraad Sociale Zaken en Arbeidsmarktbeleid verzoekt het College om bij het volkshuisvestingsbeleid veel meer dan tot nu toe rekening te houden met de moeilijke positie van de Leidse burgers met de laagste inkomens, waaronder veel eenpersoonshuishoudens en alleenstaande ouders. Voor hen zijn meer, en niet minder, woningen nodig. Sloop en verkoop van sociale huurwoningen moeten dus zoveel mogelijk worden voorkomen. Wij kunnen ons niet voorstellen dat de verantwoordelijke wethouders de Leidse geschiedenis willen ingaan als de wethouders van sloop en woningnood.
Hoogachtend,
voorzitter Cliëntenraad Sociale Zaken en Arbeidsmarktbeleid
cc. de leden van de commissies Sociale Infrastructuur en Ruimte en Groen.
http://www.clientenraad-leiden.nl/ - Redactie en vormgeving: Studio ML